.

Carl Jung is een theoloog

Ds. Harm Knoop (Nederland), 1 Junie 2017

.

Ik ben theoloog. Vanaf 1972, toen ik met de studie theologie begon, aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, waren om en om enkele bekende theologen mijn grote leermeesters. Ik ben ze allen dankbaar, vooral voor het gemak waarmee ik ze achter me kon laten. Ze lieten amper sporen achter. Wellicht arrogant, maar ononomkeerbaar: de Nederlandse (westerse) theologie heeft, in mijn ogen, alleen maar zichzelf uitgebroed en gebaard. De echte vragen, zie ik nu, werden niet gesteld. In een inleiding op het Nieuwe Testament kwam één vermelding voor van het gnostische Thomas-evangelie: in een voetnoot werd het een abjecte heresie genoemd, niet de moeite waard om er aandacht aan te besteden. Na die academische theologie was er een groot vacuüm. Tot ik het werk van Carl Jung tegenkwam.
Voor mij is de grootste theoloog: Carl Jung.

Ik weet het, Jung zou zich in zijn graf omdraaien als hij dit zou lezen. Er is, geloof ik, geen werk van zijn hand waarin hij niet benadrukt dat als hij over religie spreekt, hij dat niet als theoloog doet; hij wil en mag beslist niet gezien worden als iemand die theologie bedrijft. Jung wordt niet moe te stellen dat hij een empirische wetenschapper is die zich psychologisch en fenomenologisch met de ziel bezig houdt. En als hij het over God heeft dan alleen in termen van de innerlijke ervaring van wat mensen God noemen, als psychologisch fenomeen.
Ik heb lange tijd niet goed begrepen waarom Jung zich zo afzet tegen de theologie en word ook argwanend als iemand, zoals Jung op dit punt, het nodig vindt zo vaak zijn lezers die boodschap onder de neus te wrijven: "ik ben geen theoloog, ik doe niet aan theologie". Dan denk ik aan iemand die zegt dat hij veel gevoel voor humor heeft ....... dat geloof ik helemaal niet. Zou Jung toch meer theoloog zijn geweest dan hij waar wilde hebben, of sterker: dan hij zich bewust was?

Het kwartje viel bij mij door de regelmatig terugkerende beschrijving door Jung van wat hij theologen zag doen: abstract en conceptueel theoretiseren. En daar zit een veel zwaardere lading aan dan op het eerste gezicht evident is, wanneer u in aanmerking neemt hoe Jung van jongs af aan theologen meemaakte, en dat waren er nogal wat. In zijn eigen familie, een aantal van zijn ooms aan moeders kant, en dagelijks zijn eigen vader – predikant in de Zwitserse Evangelisch-reformierte Kirche – bij wie hij als jongen al aanvoelde dat die zijn kudde iets voorhield waar hij zelf nauwelijks, eigenlijk helemaal niet, in geloven kon maar wel moest. Tegelijk vermoedde de jonge Carl dat hij bij zijn vader niet moest aankomen met zijn dromen en fantasieën, zoals de droom die hij als kleuter had over de grot met de reuzenfallus annex Jezus de menseneter (Herinneringen, dromen, gedachten).

Voor Jung gaat psychologie, ook de psychologie van de religie, over concrete, levende ervaring. Precies dus over dat waar theologen en dominees het in Jungs ogen niet over hebben, of in oneigenlijke zin, verbergend wat zij zich niet kunnen permitteren hardop te zeggen, namelijk dat ze religie/geloof/godsdienst niet als iets van het echte leven zien of ervaren. Godsdienst lijkt bij (veel) theologen juist een manier om aan het leven voorbij te gaan (zie H. van Hooreweghe in de Inleiding van de heruitgave in 1998 van Jungs Antwoord op Job, p. 18).

Voor mij gaat religie over het leven, over levende ervaring en de verwerking van de fundamentele ervaringen in het leven. Juist door Jung ben ik gaan zien wat religie is: niet een afgebakend domein van het bestaan naast andere domeinen, maar een manier om naar het leven te kijken in die mysterieuze samenhang van alles wat bestaat, de samenhang tussen alle denkbare polariteiten: hoog – laag, oud – nieuw, groot – klein, binnen – buiten, mannelijk – vrouwelijk, aarde – hemel, licht – donker, goddelijk – menselijk en nog veel meer. Het leven zelf als coniunctio oppositorum, vereniging van de tegengestelden. Het leven dat zelf (Zelf) het mysterium tremendum et fascinans (naar Rudolf Otto) oproept. Sterker, het leven dat zelf het mysterie is.

Jung, mijn grootste theoloog. In zijn spoor kan religie alleen maar over dat echte leven gaan, vol van de werveling, de beroering, de ontzetting en de ontwrichting van de botsende tegenstellingen, die zoeken naar vereniging. En in die altijd doorgaande beroering toont zich het wezen van het echte leven, de scheppende, turbulente, onstuitbare levenskracht die alle levenden in zich meedragen.
En Jung heeft iets gedaan wat ik in de theologie nooit gezien heb en daarbuiten zelden (misschien bij schrijvers als Goethe en Nietzsche): hij gaat de confrontatie met God aan. Zoals Job, in het gelijknamige bijbelboek.

Job

En Jung gaat verder dan Job.

Het bijbelboek Job vertelt in een raamverhaal over een bijeenkomst van God met de hemelbewoners ("de zonen Gods"), inclusief Satan. Die krijgt van God toestemming om de rechtvaardige Job tot het uiterste te tergen om zijn onberispelijkheid op de proef te stellen. En zo geschiedt: Job krijgt meer te verduren dan een mens kan (ver)dragen. Alles raakt hij kwijt. Maar er komt geen onvertogen woord over zijn lippen:
Ondanks alles zondigde Job niet en maakte hij God geen enkel verwijt (Job 1:22). Drie vrienden van Job komen hem steunen in zijn grote verdriet.
Het grootste deel van het boek is in dichtvorm: redevoeringen van Jobs vrienden en van een geheimzinnige vierde, Elihu: waarom Job toch echt iets goed fout gedaan heeft, hoe zou God hem anders zo treffen; en Jobs verzet tegen die aanname dat hij gezondigd heeft en zijn wanhopige beroep op en aanklacht tegen God: wat heb ik misdaan?
Ik roep u om hulp, maar u antwoordt niet; ik sta voor u, maar u wilt mij niet zien. U bent wreed voor mij geworden, met al uw kracht hebt u zich tegen mij gekeerd. U tilt me op en laat me rijden op de wind, uw woedende storm schudt mij heen en weer. Ja, ik weet dat u mij naar de dood drijft, naar het huis van samenkomst voor alle levenden. Maar keert men zich tegen een mens in nood, wanneer hij, de ondergang nabij, om hulp roept? Heb ik niet gehuild om wie in nood verkeerde? Had ik geen medelijden met de behoeftige? Ik hoopte op het goede, maar het kwade kwam, het licht verwachtte ik, maar de duisternis brak aan. Heel mijn binnenste is in beroering, ik ken geen rust; ik zie slechts dagen van ellende naderen. (Job 30:21-27)
De laatste vier hoofdstukken van het lange gedicht vormen het antwoord van God op de aanklacht van Job. Hoewel, een antwoord kan het nauwelijks genoemd worden. Waar Job vraagt om uitleg en verklaring, krijgt hij alleen maar een orkaan van machtsvertoon over zich heen. Hier een paar fragmenten:
En de HEER antwoordde Job vanuit een storm. Hij zei: 'Wie is het die mijn besluit bedekt onder woorden vol onverstand? Sta op, Job, wapen je; ik zal je ondervragen, zeg mij wat je weet. Waar was jij toen ik de aarde grondvestte? Vertel het me, als je zoveel weet. Wie stelde haar grenzen vast? Jij weet dat toch? Wie strekte het meetlint over haar uit? Waar zijn haar sokkels verankerd, wie heeft haar hoeksteen gelegd, terwijl de morgensterren samen jubelden en Gods zonen het uitschreeuwden van vreugde?
En wie sloot de zee af met een deur, toen ze uit de schoot van de aarde brak? Ik hulde haar in een gewaad van wolken en omwond haar met donkere nevels. Ik legde haar mijn grenzen op en sloot haar af met deur en grendelbalk, en zei: "Tot hiertoe en niet verder, dit is de grens die ik je trotse golven stel." Heb jij ooit de morgen ontboden, de dageraad zijn plaats gewezen, om de uiteinden van de aarde te pakken en de goddelozen van haar af te schudden?
(Job 38:1-13).
Job bekent zijn ongelijk: 'Ik ben onaanzienlijk. Wat zal ik u antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond. Ik heb eenmaal gesproken en zeg niets meer, tweemaal – en doe er het zwijgen toe.' (Job 40:3-5, in sommige vertalingen 39:36-38).
Ondanks deze nederige (en vernederende) buiging, dendert de orkaan voort:
Toen antwoordde de HEER Job vanuit een storm: 'Sta op, Job, wapen je; ik zal je ondervragen, zeg mij wat je weet. Wil je mijn recht loochenen, wil je mij schuldig verklaren en zelf vrijuit gaan?
Is jouw arm zo sterk als die van God, heb jij zo'n donderstem als hij? Tooi je dan met trots en waardigheid, omkleed jezelf met eer en glorie. Stort je razende woede over alles uit, zie je een hoogmoedige – verneder hem, zie je een hoogmoedige – buig zijn nek, vertrap de goddelozen, waar ze ook zijn. Begraaf ze allemaal in het stof, beneem hun in de onderwereld het gezicht. Wanneer je op eigen kracht zult winnen, dan zal ook ik je prijzen.
(Job 40:6-14)

Job vraagt om een verklaring, uitleg over wat hem deze rampspoed heeft bezorgd. Hij krijgt een storm over zich heen, een vloedgolf. Niet van argumenten, waar hij om vroeg. Geen antwoord op zijn vraag: waarom het lijden van de rechtvaardige? Maar ultiem machtsvertoon – met een sarcastische ondertoon – van een opperwezen dat zelfs geen ademtocht van tegenspraak duldt. Geeft God opening van zaken? En krijgt Job te horen over zijn dubieuze wedstrijd (of was het een weddenschap) met Satan? Niets van dien aard. Job is het die zich de wijze betoont, bewust dat hij niet is opgewassen tegen deze ongebreidelde explosie van macht. Job herroept zijn klacht en doet boete in stof en as.
Na het lange gedicht volgt het slot van het raamverhaal, en in dat laatste hoofdstuk van Job is er een sprookjesachtige ontknoping: Job leefde nog lang en gelukkig (korte versie).

Hier mengt Carl Jung zich in het geding van Job tegen God. En Jung gaat verder waar Job terugdeinsde en zijn hand op de mond legde. Voor Job was het mysterium alleen nog maar tremendum. Jung neemt de aanklacht van Job tegen God over. Hij laat God niet wegkomen met zijn explosie van macht.

Jung gaat de confrontatie aan met God in zijn Antwoord op Job (1952) en al eerder in zijn Rode Boek – maar dat is pas aan het licht gekomen bij de verschijning in 2009, bijna 50 jaar na Jungs dood. In de confrontatie, de uitdaging van God zet Jung zichzelf op het spel – in het beklemmende weten dat de aanklacht van Job nog steeds onbeantwoord is.

God

Maar eerst een klein dingetje tussendoor: wat, wie is God?
Ik weet het niet. En voel me verwant met de negatieve theologie die alleen maar in ontkenningen over God spreekt: oneindig, ondoorgrondelijk, onstoffelijk en vooral onkenbaar. Heel mooi en archaïsch verwoord door J. van Baal in zijn Boodschap uit de stilte/Mysterie als openbaring (Baarn 1991):
Het begrip God, waaromtrent (allerlei geschriften) ons zulk een ruime mate van informatie verschaffen, is een grensbegrip, anders gezegd: een begrip met een nul-waarde. Het staat voor wat wij niet weten of begrijpen kunnen, voor het mysterie dat aan het einde van al ons denken en al onze wetenschap ligt en hardnekkig weigert ons antwoord te geven op onze laatste en uiteindelijk beslissende vragen. Het enige wat wij met recht en reden van dat mysterie zeggen kunnen is, dat het ons imponeert en ons aanspreekt. Maar het spreekt ons aan in een taal, die wij niet verstaan, die ieder op eigen manier moet uitleggen omdat van 'ontcijferen' geen sprake is. (p.12).
Niet toevallig legt van Baal met 'het mysterie ... dat ... imponeert en aanspreekt' een duidelijke verbinding (misschien in een te 'milde' vertaling) met het mysterium tremendum et fascinans van Rudolf Otto.

Ik weet niet wat God is. Een woord voor iets dat zich voorbij ons kennen en weten bevindt. Een mysterie: ja, maar dat zegt meer over mij en ons dan over wat God genoemd wordt. Lang heb ik dat beleefd als ernstige, onoverkomelijke beperking: over God valt niets te zeggen wat objectief en toetsbaar is. Ergo, het failliet van de theologie, in ieder geval de theologie die abstract en conceptueel theoretiseert, die godsdienst inzet om aan het leven voorbij te gaan. Jung hoeft zich geen zorgen meer te maken, de theologie zwijgt in alle wetenschappelijke talen.

Maar, blessing in disguise, nu er niets substantieels te zeggen valt over hoe en wat God is, want geen mens die dat weet, wordt de hele wereld met het complete universum erbij een ongekend rijke schatkamer vol metaforen voor wat we aan mysterie ervaren, zowel de angstaanjagende (tremendum) kant als de ons aantrekkende (fascinans). Voor mij was het een bijna numineuze ervaring toen het besef doorbrak dat met het zwijgen over wat God is, alles in onze werkelijkheid beschikbaar is als beeld en metafoor van het mysterie dat ons kennen te buiten gaat (maar niet noodzakelijk ons innerlijk ervaren).

Ik zie wel een belangrijke beperking, nee, eerder een onontkoombare vóórwaarde bij de 'beeldenstorm' die het mysterie in ons teweegbrengt. Het vinden en vormen van beelden van het mysterie kan m.i. alleen als we ons innerlijk laten raken door het onbekende (hoe u het ook noemt: mysterie, God, het goddelijke, het Al, universum, het leven), als we daar de confrontatie mee aangaan, onszelf in het spel brengen en op het spel zetten.
Zoals Jung zich op het spel zette in de confrontatie met God, het Zelf, de 'grotere persoonlijkheid' in de periode van zijn imaginaties waaruit het Rode Boek voortkwam en later, als hij Antwoord op Job schrijft. Ik realiseer me dat Jung precies dát zo node miste bij theologen, dat hun bekommernis om heil voor de mensheid misschien oprecht was, maar niet ingebed in het werkelijke leven, het leven van pijn en lijden zoals bij Job, het leven dat is gebouwd uit licht en duister, uit groei en verval, uit schepping en vernietiging. Hoe kunnen zij over de betekenis van het mysterie spreken, schrijven, hoe kunnen zij hun leven daaraan wijden, als zij weigeren zichzelf op het spel te zetten, ervoor terugdeinzen aangetast te worden in de ontmoeting met het mysterie?

Dat heeft Jung mij gebracht, het breekijzer om los te komen van het institutionele en het conceptuele – die gaan ook opmerkelijk vaak hand in hand – waarmee (veel) theologie zich bezig houdt. Maar ook de aangrijpende ervaring dat ik alleen met God bezig kan zijn als ik mijzelf in de waagschaal stel. Dat heb ik overigens al als ik Jung lees. Hij lijkt wel wat op God: alleen als ik mijzelf (mijn zelf) in het spel breng, krijg ik toegang tot wat Jung voor de mensheid heeft opengelegd: de donkere krochten waar de bronnen van ons bestaan en ons bewustzijn zich bevinden.

Harm Knoop – harmknoop.nl

.

Sluit by ons aan

Klik hier om lid te word van die Sentrum vir Eietydse Spiritualiteit. Word per e-pos in kennis gestel en kry afslag op dagkonferensies, kursusse, boeke, DVD's ens.

Dr. Piet Muller: Die Evangelie van Thomas

Die Evangelie van Thomas - met verklarende aantekeninge

Dr. Piet Muller se groot werk, Die Evangelie van Thomas – met verklarende aantekeninge nou op SES in PDF formaat (1.3 MB) of Kindle weergawe (0.5 MB).

Die Dans met God

Die Dans met God

Boek:  Die Dans met God (2015) deur Dr. Abel Pienaar. Die eens onaantasbare dogmas wat aan ons as die absolute waarheid voorgehou was, word nou al hoe meer bevraagteken. Dit beteken egter nie dat wanneer iemand nuut dink oor God en geloof, so 'n persoon nie ook spiritueel is nie. Die teendeel is eerder waar. Die boek is beskikbaar in boekwinkels (R189) en kan ook bestel word by Naledi Uitgewers.

DVD: Saam op soek na God

Saam op soek na God

Gewone mense en bekendes word gevra om oor hulle oortuigings en geloof te praat. Vrae soos: Wie is God vir jou?
Het jy enige bewyse van God se bestaan? Ons het gelowiges tot ateïste, new agers tot wikka hekse gaan vra. Die DVD kos R130 maar vir Sentrum (SES) lede net R110.

Boek: Hier staan ek...

Duisende Afrikaanse mense voel verwyderd van fundamentalistiese sienings van Christenskap en verlaat die tradisionele kerke in hul hordes. Hulle voel dikwels skuldig en alleen en is onder die indruk dat daar iets met hulle fout is. Hulle soek nuwe Afrikaanse gespreksgenote en gemeenskappe waarin hulle hul nuwe spiritualiteit kan uitdruk. Hierdie boek is die resultaat van sodanige gesprekke. Beskikbaar by Griffel of bestel direk by Boekblik.

Jesus van Nasaret

Jesus van Nasaret

Boek:  Jesus van Nasaret (2009) deur Prof. Sakkie Spangenberg. "In Jesus van Nasaret is Spangenberg op sy beste. Hy skryf oor die feilbaarheid van die Skrif en verduidelik uit 'n suiwer historiese oogpunt hoe Israel ontstaan en wie Jesus was." Beskikbaar by Kalahari, Exclusive Books, Protea Boekwinkel, of by die skrywer.

Stuur vir ons 'n brief

Ons stel belang in jou reaksie en kommentaar op enige gegewe artikel en jou denke rondom die soeke na eietydse spiritualiteit. Besoek asb. hierdie bladsy vir meer inligting.

.

Kopiéreg © spiritualiteit.co.za

.